mariannebrinkopreis.reismee.nl

En dan zijn we weer thuis

Zaterdagmorgen ontbijten we nog eenmaal uitgebreid, pakken de koffers in en doen deze in de auto. We kunnen nog tot een uur of een bij het zwembad blijven. Heerlijk hoor nog even die koperen ploert op je voelen schijnen.
Dan is het tijd om ons richting vliegveld te begeven. Daar zijn we al binnen een half uur, we leveren de auto in en lopen naar de vertrekhal. We eten voor de laatste keer op Sardinië een pizza en dan gaan we inchecken.
Ons toestel komt een half uur later dan oorspronkelijk uit Nederland, met als gevolg....
Ja hoor, drie kwartier later dan gepland kiezen we het luchtruim. Ik kan nog net het noorden van Sardinië zien en twee tellen later vliegen we over Corsica. Heel mooi.

De vlucht duurt nog geen twee uren en dat is natuurlijk heerlijk. De piloot vertelt dat het in Nederland als we landen 11 graden is. Oh my, dat is different cook.
We landen natuurlijk weer op de Polderbaan. Dat betekent nog ff een kwartiertje een ritje in the plane.
Omdat we binnen Europa vliegen, hoeven we niet door de douane. Maar gelukkig mogen we wel lekker lang op de bagage wachten.
Als we die op ons karretje hebben gezet, nemen we afscheid van onze reisgenoten. Kees en Sylvia het was in een woord geweldig. Ik verheug me nu al weer op een spelletje keesen.

Oh en Sardinië je was fantastisch met je schitterende natuur, prachtige bergen, leuke stadjes, mooie kerken (met geweldige klokken) en de geweldige stranden met het glasheldere water. En natuurlijk die overheerlijke tiramisu.

Sardinië, ik heb je in mijn hart gesloten.

We gaan naar Zandvoort al aan de zee....

....we nemen geen broodjes en koffie mee.

Vandaag was een stranddag en wat voor een. Dit strand was de overtreffende trap van Zandvoort. Cala Brandinchi heet dit strand. Het water is daar zo helder, glashelder.
Je kan wel 50 meter de zee in lopen en dan sta je nog maar tot je knieën in het water met die spierwitte bodem.
Ondanks dat het al oktober is, was het behoorlijk druk. We vragen ons af wat voor chaos het hier moet zijn in het hoogseizoen.
We plonsen af en toe, sommigen gaan alleen maar met hun voeten het water in. En we hebben gesnorkeld. Tenminste, Kees en ik. We zijn naar de linkerkant van het hele lange strand richting rotsen gelopen. Daar ging Kees voor de allereerste keer snorkelen. Het was alleen jammer dat hier bijna geen vissen en koraal zijn.
Ik ben natuurlijk verwend met snorkelen in o.a. Bonaire en Egypte. We waren er dan ook snel klaar mee.

We lunchten bij het gezellige beach restaurant en dan zetten we onze sessie v.w.b. het niks doen weer voort.

Tegen 17.00 uur komen er wolken en dan koelt het snel af. We rijden weer naar ons resort om te douchen en alvast wat in de koffers te stoppen voor de terugreis morgenmiddag.

En dan gaan we naar het stadje om een restaurant te zoeken voor ons laatste avond maal op het geweldige Sardinië.
We rijden met de auto maar het gezellige centrum. We rijden wat rond en dan ziet Sylvia ineens een Argentijns restaurant. Weer een keer wat anders dachten we allemaal. We kunnen de auto aan de overkant van het restaurant parkeren. We stappen uit en lopen naar het restaurant Artigianato. Buiten staan allerlei poppen  (volgens Sylvia)  in Argentijnse klederdracht. Als we aan komen lopen zien we dat het geen restaurant is, maar een soort Blokker zeg maar. Hilarisch.

We lopen verder het stadje in en een heuse braderie is gaande, heel gezellig. Uiteindelijk komen we bij een Italiaans restaurant terecht waar we overheerlijke pasta en tiramisu eten.

In het resort spelen we nog een paar potjes keesen. En eigenlijk begint het vervelend te worden. Weer winnen de meisjes. Volgende keer nemen we ganzenbord mee!!


De klokkenluider van Sardinië

Vandaag verkassen we naar onze laatste bestemming, San Teodoro. Hier verblijven we twee nachten. We zitten dan nog maar een minuut of twintig van het vliegveld van Olbia af, waar vandaan we zaterdag weer naar Nederland vliegen.

Als de auto ingeladen is rijden wij eerst naar het schattige pittoreske dorpje Orosei. Daar zijn we al binnen een half uur. Dit dorpje sterft van de kerkjes. We bezoeken er een paar. We kunnen niet zien welk geloof er gepraktiseerd wordt, maar mooi zijn ze wel allemaal.

En ik ga nu uit de doeken doen dat wij al de hele reis een klokkenluider in ons midden hebben. In elke kerk hangt een los touw om de klok mee te luiden. Gisteren in het spookdorp was dat ook het geval. Kees trok aan het touw dat nog steeds in tact was. En daar ging de klok met een hels kabaal. Maar daar had geen sterveling natuurlijk last van.

Vandaag was dat wat anders. In een van de eerste kerkjes hing het touw buiten het kerkje. En hupsakee, daar ging Kees weer. De klok luidde door het hele dorp. Door een voorbijganger werd Kees op zijn vingers getikt. Maar dat deerde hem niet. Bij het volgende kerkje deed hij het gewoon weer. En ook het kerkgewaad dat aan de kast in een het kerkje stond Kees enig. We noemen hem vanaf nu: MAFKEES!

We lopen door de enige straatjes, moeten ons af en toe tegen een muur van een huis drukken omdat er een auto door moet. En dan gaan we op een behoorlijke kruispunt tegenover een school waar tig kinderen buiten spelen koffie en verse jus drinken. Het is bloedheet hier en al snel lopen we weer naar de auto.

We besluiten naar ons hotel te gaan en lekker bij het zwembad te gaan hangen. Om 14.00 uur zijn we al in het prachtige hotel Tera di Mare Resort en Spa. We checken in en onze kamers zijn al al klaar. Snel zwemkleding aan en dan lunchen we by the pool.

Dan luieren en zwemmen we tot een uur of zes. Dan gaan we douchen en ons klaarmaken voor het diner. We hebben water nodig dus we gaan naar Eurospin. Deze supermarkt vind je door heel Sardinië. We halen daar water en je valt om als je de prijs hoort. Voor een fles van twee liter water betaal je maar € 0,17. Echt waar. Je bent gewoon sprakeloos.

Met de achterbak vol water en een zak doppinda’s (ja, ja, het wordt vanavond echt gezellig ??) begeven we ons naar het restaurant voor een overheerlijke pizza en als nagerecht de vertrouwde tiramisu.

Ja en dan snel naar huis. Gisteren hebben we geen spelletjes keezen gedaan. Maar vandaag waren de jongens erop gebrand om te winnen. Maar wat wij (de meisjes) al wisten, was dat ze het dit keer ook weer niet ging lukken. 2-1 voor de meisjes ??


Wat we niet gedaan en gezien hebben

Na het ontbijt pakken we de auto weer in en met frisse moed, na de relaxdag van gisteren, gaan we op weg. We worden uitgeleide gedaan door ik weet niet hoeveel flamingo’s. Dat is heel vriendelijk.

Het is weer prachtig weer, een onbewolkte hemel en heel erg warm. Maar we klagen niet. Ons einddoel vandaag is Cala Gonone aan de kust. Maar eerst hebben we nog wat bezienswaardigheden op ons lijstje staan.
We rijden via een prachtige weg door de heuvels en langs de zee. Deze is wel zo helder dat je de bodem heel goed kan zien. We rijden door veel tunnels, sommige zijn wel bijna 3 kilometer lang. Het is hier echt prachtig.
Om 12.00 uur stoppen we bij het plaatsje Muravera voor een bakkie en verse jus d’orange. Ons doel zijn de watervallen van Ulassai. We zien als we door de bergen rijden hier weer ik weet niet hoeveel borden staan dat bij sneeuwval sneeuwkettingen gebruikt moeten worden.
Maar ja, als het nu al bloedheet is en de zomer met gemiddeld 35 graden voorbij is al het gesmolten sneeuw al weg. Jammer, gemiste kans.

Dan rijden we door naar Orinio Vecchio, een spookstadje. In dit piepkleine stadje staan tig vervallen huisjes, hele straten. Ik maak ik weet niet hoeveel foto’s van dit lugubere stadje. Ook rijden we door Orinio Nuovo, ook zo’n spookstadje. Even verderop is het bewoonbare dorp. We snappen er niks van. We stoppen hier niet en rijden verder naar Lamusei om het stuwmeer te bezoeken. Nergens te bekennen. Gemiste kans nummer 2.

Inmiddels is het al 14.15 uur, lunchtijd. In geen velden of wegen een restaurant te vinden. Uiteindelijk vinden we er een. Het is dan inmiddels al 15.15 uur. De rit door de bergen duurt ontzettend lang. We kiezen allemaal een pizza uit. Maar helaas, pizza’s worden pas in de avond gebakken. Gemiste kans nummer 3. We kiezen allemaal wat anders uit. En dan vertrekken we om 16.00 uur naar Arbatax. Daar staan in zee mooie roze rotsen. Een prachtig gezicht. We lopen hier een tijdje en stappen dan weer in onze bolide.

We vervolgen onze weg naar Baunei. Een toeristisch bergdorpje waar je met een treintje een rit kan maken. Het dorpje ziet er geweldig uit, maar het treintje rijdt nu alleen nog maar voor grote groepen. En wij zijn maar met z’n vieren. Helaas, gemiste kans nummer 4. We drinken nog wat in dit schattige dorpje, 485 meter boven NAP. 

En via tig bruggen en ik weet niet hoeveel haarspeldbochten rijden we naar ons hotel in Cala  Gonone. We arriveren daar pas om 19.15 uur en het is al pikkedonker.
We zetten de auto in de garage en brengen de bagage naar boven. Snel ff opknappen en dan naar beneden voor het diner. Ook hier weer heerlijk gegeten en natuurlijk mocht ik de tiramisu niet overslaan. Dit wordt weer afkicken als we weer thuis zijn.
En dan kijken we in de lobby naar de uitreiking van de Televizierring. En ik vind het geweldig dat Chateau Meiland heeft gewonnen. 

Wat goed!!!  Au revoir!!!


Een dagje relaxen

De weersvoorspelling is zo goed, 26 graden, dat we besluiten een dagje bij het zwembad te relaxen. We ontbijten en pas om 10.30 uur mogen het omheinde zwembad betreden. De lifeguard (zo wordt dit meisje genoemd, die de hele dag in een houten hutje zit en als je zou verdrinken er zeker niet uitkomt) komt met een grote jerrycan aan zetten. Er zit een verstuiver op de jerrycan en als we het hekje binnengaan, moeten onze voeten worden ontsmet met het vreemde goedje. Op zich heel raar, want iedereen die later binnenkwam hoefde dat niet.
Het is hier echt brandschoon.

We luieren, lezen en af en toe plonsen we in het ijskoude zwembad, je bent dan zo erg afgekoeld (eigenlijk onderkoeld) dat je wel een half uur in die bloedhete zon kan blijven zitten zonder dat je het warm krijgt. Af en toe vliegen er flamingo’s over. Het is echt sprookjesachtig hier.

Om 13.25 uur komt de lifeguard haar hokje uit om te vertellen dat we om 13.30 uur het zwembad moeten verlaten. Het is ons bekend, maar waarom is ons een raadsel. We gaan door het hekje en bestellen broodjes en tosti’s bij de bar. Dat wordt later gebracht naar de tuin waar wij ons inmiddels geïnstalleerd hebben.

Om 15.30 uur gaat het hekje weer open en kunnen we onze stoelen weer gaan bezetten. Kees en ik maken sudoku’s  en ik laat Kees zien hoe je een binaire puzzels oplost. Heerlijk.
Er is een licht briesje komen opzetten en ik lees mijn boek van Karin Bloemen over haar incest verleden uit. Hier ben ik vanmorgen aan begonnen. Wat een verschrikkelijke jeugd moet zij hebben gehad.
Laat in de middag gaan we naar boven om te douchen. We eten vanavond in het restaurant waar we gisteren ook hebben gegeten. Maar eerst gaan we naar het winkelcentrum aan de overkant van ons hotel. We hebben water nodig. Dat we toevallig langs de drop en chocolade komen, komt ons goed uit.
Ook nu was de maaltijd weer verrukkelijk en vandaag hadden we maar een punt tiramisu op!

Dan komt het hoogtepunt van de avond. Keesen, en eindelijk lukt het de jongens om ons te verslaan. 2-1 voor de boys. Dat is natuurlijk nog steeds geen 3-0. De meisjes staan nog steeds voor in het klassement.

Voor we gaan slapen pakken we de koffers weer in. Morgen is er weer een reisdag. I love it.

Lang gewacht, stil gezwegen, nooit gedacht en toch gekregen????

Ontbijten, uitchecken, auto inpakken en weer op pad. Ons volgende doel is Cagliari. Mooier kan een stad niet liggen, aan de Golf der Engelen. Al snel komen we een tankstation tegen en dan gooien we de tank vol. De banden worden opgepompt en de voorruit gewassen. We kunnen voorlopig weer even vooruit.

Het is een ritje van ruim een uur. Maar deze rit is niet zo mooi als alle voorgaande ritten. Veel industrie, laagland en we zien, net als in heel Sardinië overigens, heel veel vuilniszakken aan de kant van de weg liggen. Echt afschuwelijk. In Cagliari gaan we op zoek naar een parkeerplek en dat is nogal een dingetje. Het is berendruk in deze stad. Maar na veel vijven en zessen vinden we bij de haven nog een parkeerplaats. 
We lopen direct via de geweldige oude smalle straatjes naar boven om het Bastion van Remigius te bezoeken. Vanaf hier heb je prachtig uitzicht over heel Cagliari. De opgang van de gebouw bevindt zich op een piepklein pleintje met een aantal terrasjes. We duiken er een in (Antico Caffé, Cagliari’s oudste koffiehuis, sinds 1855) en bestellen wat te drinken met een grote punt tiramisu. Oh dit is hemels, zo lekker!

Dan gaan we de vele trappen bestijgen om boven te komen. Je hebt dan een geweldig uitzicht. We zien de oude stad, Torre dell’Elefante, dit is een 42 meter hoge Olifantstoren, een van de weinige toegangen tot de wijk Castello. Tegen de buitenmuur vind je een sculptuur van een olifant, symbool van wijsheid en kracht.
Als we genoeg hebben van het uitzicht gaan we weer naar beneden via de winkelstraatjes. Sylvia en ik kopen hier allebei wat!

Dan is het lunchtijd. Vele restaurants zijn vol. We vinden er een die nog plaats voor vier personen heeft. Wat er op de lunchkaart staat kunnen we niet thuisbrengen. Google Translate kan het zelfs niet vertalen. We bestellen wat, Kees krijgt lasagna en wij iets met brie. Erg lekker moet ik zeggen.
Dan gaan we weer naar de auto en rijden we naar Capoterra naar ons mooie hotel Santa Gilla.  We komen daar over bruggen over het water. En het is dat we alle vier zaten, anders waren we omgevallen van verbazing. Zagen we gisteren in het dorp van Wim Sonneveld nog geen dooie mus en geen een flamingo. Nu zagen we er honderden. Echt niet normaal.

Als we aan het eind van het water zijn zien we ons hotel al liggen. We  checken in, brengen de koffers naar de kamers op de 1e etage en zien dan dat we uitzicht op het water met de vele flamingo’s hebben. 

Bij het inchecken besloten we in het hotel te eten. De receptioniste vertelde dat er een keuzemenu is. We moeten onze keuze bekend maken. Als we weer naar beneden gaan, kiezen we een menu uit. Als we onze keuze willen opgeven blijkt het restaurant vol te zitten. Wat een doos zeg!

Dan gaan we het hotel verkennen en zien we het prachtige zwembad. We blijven hier twee nachten en we besluiten om morgen een relaxdag te houden bij het zwembad of het mooie strand aan de overkant van de weg.

Via Tripadvisor zoeken we een restaurant in de buurt uit. Binnen twee kilometer zit een goed restaurant. We eten hier heerlijk een ook de tiramisu was niet te versmaden. Alhoewel die van vanmorgen lekkerder was.
Na de maaltijd gaan we weer naar het hotel en op de gang is een gezellig zitje. Daar gaan we keesen.
En alsof de duvel er mee speelt. Weer hebben de meisjes gewonnen. Drie-nul welteverstaan. Sylvia en ik overwegen om dit spel niet meer te spelen als we geen tegenstand te duchten hebben.

Welterusten.

Flamingo’s everywhere

Ons doel vandaag was het stadje Bosa en de flamingo’s op het schiereiland Sinis. We volgen vanaf ons hotel de weg langs de kust naar het plaatsje Bosa. De route is prachtig met mooie uitzichten.
Al snel zijn we in Bosa. In alle reisgidsen staat vermeld dat dit een geweldige plaats is. Wij vonden het alle vier maar zo zo. We rijden eerst naar het kasteel boven op de berg. We zien het van verre al liggen. Er naar toe rijden is nog al een dingetje. De weg is steil en langs deze weg staan tig auto’s geparkeerd. En het is een doodlopende weg. Nou dan weet je wel wat voor chaos het wordt met al die hysterische Italianen. We komen doodleuk aangereden en een Italiaan wil weer naar beneden, hij raakt ons nog niet met zijn auto. Maar dat komt omdat Kees achteruit reed. Wat een sukkel zeg. Uiteindelijk vinden wij een plekje en gaan dan de huizenhoge (pfft, pfft) trap op.
We maken een rondje over het terrein en genieten vooral van het uitzicht. Dan gaan we met de auto naar beneden en op een piepklein dorpspleintje drinken we wat. Dan stappen we weer in.
Onderweg komen we een geweldig leuk tentje tegen aan een strand waar we onze eerste pizza van deze reis nuttigen.

Na deze intermezzo rijden we naar het schiereiland van Sinis. Daar schijnen ik weet niet hoeveel flamingo’s te zitten. De GPS kent de plaats niet maar we hebben Google Maps. Die vindt de plaats wel. En als we ik weet niet hoeveel keer links en rechts en rechts en links hebben gereden, moeten we een zandpad op (tussen koren door, het vee, de boerderijen en langs het tuinpad van mijn vader.. oh nee ik wijd nu te veel uit).
En plots zegt Google Maps dat we onze bestemming hebben bereikt. Via een vervallen schuurtje waarin Chris en Kees gaan staan plassen, bereiken we het zoutmeer. Daar zien we een aantal van die karretjes met zeilen over het zoutmeer rijden/vliegen.
Waarschijnlijk is dat een van de redenen waarom we geen flamingo’s zagen. Geen een. Nog niet eens een mus en ook geen dode.
Teleurgesteld rijden we weer via dat zandpad van Wim Sonneveld naar de weg naar ons hotel in Cabras.
Daar zijn we al heel snel. We checken in en stallen de spullen op de kamers. We maken een rondje langs het mooie zwembad en de sportvelden. Dan gaan we wat drinken en besluiten we ‘s avonds in het hotel te eten.
We hebben om 19.00 uur een tafel gereserveerd in een zaal voor zeker 100 man en wij waren we het eerste half uur de enigen. Hilarisch gewoon. 
We eten heerlijk en na het eten gaan we op de kamer van K&S een paar potjes keezen. De meisjes tegen de jongens en natuurlijk winnen de meisjes....

  

Mooi paradijs

Vandaag was ons doel het paradijs, oftewel het strand van La Pelosa. Als we hebben ontbeten en uitgecheckt wordt onze bagage met een karretje van beneden naar boven gebracht. We laden in en gaan op pad naar Stintino. Dat is een plaatsje van niks maar we moeten er langs om in het paradijs te komen. 

In Stintino bezoeken we een kitscherig kerke en drinken we koffie en verse jus d’orange. Ineens zien we een vrouwtje op een strandje lopen met naar mij idee een tijgertje aan een lijntje.Ze komt dichterbij en dan vertelt de mevrouw dat het een zeer dure bengaalse kat is. Vandaar dat lijntje. Dat beestje heeft een prachtige tekening en is precies een tijgertje.

We lopen langs het kleine haventje en stappen de auto weer in op weg naar het mooie strand. Daar zijn we al snel en met ons veeeeel meer toeristen. Iedereen parkeert de auto aan de kant van de weg. Dat doen wij ook. Maar dan komt een pikzwarte (ik geloof dat ik dit niet meer mag zeggen in Nederland, maar ik ben nu in Italië dus dan mag het misschien wel) verkoper van strandmatjes en vliegers ons vertellen dat het paradijs dus echt wel iets verder ligt.
We stappen weer in en rijden nog een klein stukkie. En als we uitstappen, weten we niet wat we zien. Spierwit zand, azuurblauwe zee en golven. En op die laatste had ik in ieder geval niet gerekend.
We gaan op het strand onze matjes neerleggen en kleden ons snel om. Snel naar de waterkant. Je moet zeker 40 meter lopen wil je tot je navel in het water staan. En helder, glashelder (geen reclame van Interpolis).
Wow wat is dit verrukkelijk. Na een klein half uur gaan we het water uit, laten ons iets drogen, kleden ons om en gaan dan naar het restaurant voor de lunch.

Na de maaltijd vervolgen we onze weg naar Alghero, ons einddoel van vandaag. We gaan op zoek naar hotel Soleado. De GPS wordt ingesteld en ik word na drie kwartier wakker omdat we op de boulevard rijden waar ons hotel is gevestigd aan het strand. We krijgen een kamer met uitzicht op zee, douchen, kleden ons om en dan lopen we naar het oude stadje. Ook wel klein Barcelona genoemd. Er hebben zich hier tig Catalanen gevestigd.

Na een stief kwartiertje lopen zien we aan de rand van het stadje twee treintjes staan. Een je is col en de tweede is helemaal leeg. Wij stappen in het tweede treintje. Er stapt verder geen passagier meer in. En het treintje met twee wagonnetjes rijdt ons door het schattige oude stadje. 

We rijden door enige (zeer smalle) steegjes, leuke pleintjes en veel winkeltjes. Tijdens het rijden zien we een restaurant waarvan wij vinden dat we daar wel kunnen eten. Als we na een klein half uurtje uit het treintje stappen reserveren we het restaurant en gaan dan slenteren door de enige straatjes.

We verbazen ons over de drukte op dit tijdstip van het jaar. Wat zal het hier in de zomer megadruk zijn.
Als we uitgeslenterd zijn gaan we naar het restaurant. Hier eten we verrukkelijk. En we hebben zelfs nog een gaatje voor een megastuk tiramisu. Heerlijk. 

Als we uitgegeten zijn lopen we over de boulevard weer terug naar het hotel. Even de route voor morgen in elkaar flansen en dan is er weer een dag voorbij.